Uniek aan het IPC is dat het IPC internationale leerdoelen heeft geïntegreerd voor de leerlingen. In Nederland is het curriculum om die reden uniek. Voor het primair onderwijs is het tot nu toe het enige curriculum waarin het onderwerp internationalisering praktisch is verweven. Om deze doelen te bereiken zijn aparte taken ontwikkeld waarbij kinderen bijvoorbeeld verschillende landen met elkaar vergelijken of zoeken naar overeenkomsten. De doelen zijn in te delen in kennis-, vaardigheids- en inzichtdoelen. Kinderen krijgen de mogelijkheid om de kennis die ze al opgedaan hebben over verschillende culturen in te brengen zodat kinderen ook van elkaar kunnen leren.
De Nederlandse inspectie van het onderwijs heeft gecontroleerd of de doelen van het IPC voldoen aan de eisen die in Nederland gesteld worden (kerndoelen). De inspectie heeft geconcludeerd dat dit het geval is.
Het IPC bestaat uit units (projecten) geschreven voor vier verschillende leeftijdsgroepen.
| Early Years | 3-4 jarigen | Groep 1 en 2 |
| Milepost 1 | 5-7 jarigen | Groep 3 en 4 |
| Milepost 2 | 7-9 jarigen | Groep 5 en 6 |
| Mileposst 3 | 9-12 jarigen | Groep 7 en 9 |
In de praktijk zien we dat deze indeling een goede mate van flexibiliteit heeft.
In het IPC werken kinderen gedurende een week aan een thema vanuit bijvoorbeeld het perspectief van aardrijkskunde. De volgende week wordt rond dit thema gewerkt vanuit het perspectief van geschiedenis. Omdat kinderen een langere tijd aan een onderwerp kunnen werken, hebben ze meer tijd om diepgang te bereiken en om werk af te maken. Het geven van drie kwartier aardrijkskunde per week, zoals vaak in het reguliere basisonderwijs gebeurt, is te vergelijken met het kijken van een spannende film die halverwege uit wordt gezet. Volgende week kijken we verder…
Scholen roosteren het IPC in op zes à acht uur. De meeste units zijn geschreven voor acht uur per week. De ruimte voor deze vakken wordt gevonden door het vervallen van de zaakvakken en het integreren van vakken als ICT en muziek in het IPC.
IPC Ltd, onze moederorganisatie in Engeland en IPC Nederland werken intensief samen. IPC Nederland werkt vanuit International Educational Services B.V. (Intes), onderdeel van Stichting NOB.
Er is geen onderzoek verricht naar de invloed van het IPC op de scores op de Cito Eindtoets. Op dit moment is de groep scholen nog niet groot genoeg om een representatieve steekproef te doen. We zijn voornemens een onderzoek te doen wanneer de onderzoeksgroep groot genoeg is en als scholen minimaal een jaar met het IPC werken. Wel kan gezegd worden dat zowel leerkrachten en leerlingen enthousiast zijn over het leren dat plaatsvindt. Ook besteedt het IPC expliciet aandacht aan studievaardigheden van kinderen die van groot belang kunnen zijn voor het presteren van kinderen.
Leren staat centraal in het IPC. Alle veranderingen en principes die bijdragen aan het leren zijn binnen het IPC welkom. Dit geldt ook voor de kennis die we hebben over de werking van de hersenen en hoe we leren. Het hersenvriendelijk leren komt op vele verschillende manieren terug binnen het IPC. In de activiteiten wordt een afwisselend beroep gedaan op verschillende leerstijlen en meervoudige intelligenties. Ook is met de vaste opbouw van de units rekening gehouden met hoe kinderen leren. Een boeiende startactiviteit moet de betrokkenheid van de kinderen verhogen, de kennisoogst activeert de al aanwezige kennis en de uitleg van het thema zorgt ervoor dat de leerlingen weten hoe de leerstof zich verhoudt tot andere kennis. Op deze manier zijn veel voorbeelden te noemen van hoe het hersenvriendelijk leren in het IPC is verwerkt.
Door de aanpak van het IPC voor de zaakvakken ervaren zowel leerkrachten als leerlingen dat er gerichter en met meer plezier wordt geleerd. Het IPC helpt de leerkracht zijn rol als leerkracht op te pakken: structuur geven, loslaten en feedback geven. Dit slaat ook over naar andere vakken. Het IPC geeft de zaakvakken en creatieve vakken een nieuwe impuls. Omdat de lesstof wordt aangereikt op een wijze die thuishoort in de 21e eeuw.
Het IPC is een nieuw curriculum, gebaseerd op oude en nieuwe inzichten van effectief leren. De toegevoegde waarde is het samengebrachte totaal met daarnaast nog een aantal unieke aspecten. Het gaat bij het IPC niet om het curriculum zelf maar om het leren van kinderen. Het curriculum is een middel dat ondersteunt en in die hoedanigheid een belangrijke rol speelt in dit proces. Terwijl een traditionele lesmethode de kinderen dwingt in een saaie aanpak die kinderen niet boeit.
Met het IPC gaat de discussie niet meer over wat we gaan doen op school, maar over wat we gaan leren. Dit heeft grote consequenties voor de rol van de leerkracht. Internationalisering/integratie krijgt een natuurlijke plek in het onderwijs.